default-header
HomeDe weg van ons voedsel: verteer ik koolhydraten, eiwitten of vetten wel goed?

De weg van ons voedsel: verteer ik koolhydraten, eiwitten of vetten wel goed?

De weg van ons voedsel

Het spijsverteringsstelsel zorgt dat het voedsel wordt verkleind, fijngemalen en opgelost waardoor het kan dienen als brandstof voor het lichaam. De vertering van voedsel vindt plaats in de mond, de slokdarm, de maag, de dunne darm en de dikke darm.

Voedingsstoffen worden afgebroken tot kleine deeltjes. Deze worden opgenomen in het bloed en via het bloed naar de lichaamscellen vervoerd. De spijs is dan verteerd!

Ons lichaam heeft voedingsmiddelen nodig om te kunnen bewegen, groeien, ontwikkelen. Het beschermt ons tegen infecties. De belangrijkste voedingstoffen zijn:

  • Eiwitten: de bouwstoffen van het lichaam.
  • Vetten: de (reserve)brandstoffen voor het lichaam en bescherming van de organen.
  • Koolhydraten: zij leveren de directe energie die nodig is om actief te kunnen zijn.


Vertering van eiwitten

Eiwitten zitten vooral in vlees, eieren en peulvruchten. Ze worden in de mond en in de slokdarm nog niet verteerd. Het maagsap bevat een enzym om van grotere eiwitten kleinere eiwitten te maken. In de twaalfvingerige darm komt alvleessap bij het voedsel. Alvleessap bevat enzymen waarmee de eiwitten in nog kleinere mootjes worden gehakt.

In de wand van de dunne darm zitten miljoenen kleine kliertjes die darmsap maken. Darmsap bevat enzymen die de kleinere stukjes eiwit afbreken tot aminozuren. Via de wand van de darmvlokken gaan de aminozuren via het bloed naar de lever. In de lever worden de meeste aminozuren gebruikt om nieuwe eiwitten te maken. Het lichaam gebruikt ze vervolgens als bouwstof.
Vertering van eiwitten start bij de maag.


Vertering van vetten

Vetten worden in de mond, slokdarm en maag nog niet verteerd. Als het voedsel vervolgens in de twaalfvingerige darm komt wordt spijsverteringssap aangevoerd. Dit speelt een rol bij de vertering van vetten.

Gal is een bruingroene vloeistof, dat wordt gemaakt in de lever en wordt bewaard in de galblaas. Gal maakt van grote vetdruppels zeer kleine vetdruppels.

Alvleessap bevat een enzym dat vet afbreekt tot glycerol en vetzuren. Glycerol en vetzuren worden in de dunne darm opgenomen. De vetzuren komen niet direct in het bloed maar gaan via de lymfevaten het lichaam in. Vetten worden in ons lichaam gebruikt als brandstof en bouwstof.

De vertering van vetten start in de twaalfvingerige darm met een grote rol voor de lever en de gal(blaas).


Vertering van koolhydraten


Wanneer voedingsstoffen in de mond komen bevat het speeksel een enzym dat de suikers afbreekt.

Het alvleessap bevat een enzym dat de suikers verder in stukjes hakt. In de dunne darm wordt het verder afgebroken tot een enkel molecuul, glucose. De glucose komt via de darmvlokken in het bloed en wordt naar de lever, de spieren en lichaamscellen vervoerd.

In de lichaamscellen wordt de glucose in stappen afgebroken waardoor er energie vrijkomt. De lichaamscellen gebruiken die energie vervolgens om allerlei werkzaamheden mee te verrichten.

De vertering van koolhydraten start in de mond.


De weg van het voedsel

Het voedsel legt bij de mens de volgende weg af:

  • Mond. In de mond wordt het eten door het gebit in kleine brokjes vermalen en komt het voedsel in aanraking met speeksel. Hierin zitten bepaalde enzymen die beginnen met het omzetten van voedsel naar voedingsstoffen.
  • Slokdarm. De slokdarm zorgt ervoor dat het voedsel van de mond naar de maag gaat.
  • Maag. De maag trekt samen en maalt daardoor het eten fijn. Het maagzuur doodt vervolgens een groot deel van de ongewenste bacteriën. Ook zijn er enzymen in de maag die grote eiwitten in kleinere enzymen hakken.
  • Twaalfvingerige darm. Sappen uit de alvleesklier bevatten veel enzymen die voedsel in nog kleinere stukjes afbreken. Eiwitten worden afgebroken tot aminozuren, vetten tot vetzuurmoleculen, koolhydraten tot glucose.
  • Dunne darm. In de dunne darm zitten darmvlokken. Via de darmvlokken worden de aminozuren, glucose en vetzuren in het bloed opgenomen.
  • Dikke darm. De dikke darm haalt de laatste resten voedingsstoffen en water uit de brij.
  • Endeldarm. Dit is de verzamelplaats voor de ontlasting.
  • Anus. Onverteerbare resten van de voeding worden hier ongeveer eenmaal per dag (de frequentie varieert van mens tot mens) als ontlasting uit het lichaam verwijderd.

Bron: RadboudUMC

In grote lijnen verloopt dit proces dus bij iedereen gelijk. Echter, niemand is hetzelfde. Daarom krijgt de ene mens bultjes in de mond bij het eten van een appel en een ander niet. Weer een ander wordt winderig van prei. Toch zijn het beide gezonde producten. De uitwerking is per mens echter verschillend. Dat geldt ook zo voor de vertering van koolhydraten, eiwitten en vetten. Er zijn zo veel factoren die een rol kunnen spelen. Je kunt bijvoorbeeld denken aan medicijngebruik, roken en het drinken van alcohol. Heb je een zittend beroep of ben je juist de hele dag in beweging? Heb je last van stress of trauma? Slaap je voldoende? Hoe is je stoelgang? Ook kan een orgaan van het spijsverteringskanaal onder stress staan waardoor het minder goed zijn werk kan doen. De ene mens is daarom de andere niet.

Met de vitaliteitscan van Hét Preventieteam verkrijgen we indicaties hoe het met je spijsverteringsorganen is gesteld en hoe jouw vertering werkt. Verteer jij koolhydraten nu goed of slecht? en hoe zit het met de vetvertering? Op die manier kunnen we jou heel gericht adviseren. 

Hier vind je een schitterende animatie met uitleg over de verschillende organen en werking van jouw spijsverteringskanaal. Waarachtig een groot wonder!

17 mei 2021
Harold Stevens Psychosociaal therapeut bij Harold Stevens Ontmoet Coaching & Training
Terug naar blogs